|
6 Terwijl ze daar waren, brak de dag van haar bevalling
aan, 7 en ze bracht een zoon ter wereld, haar eerstgeborene.
Ze wikkelde hem in een doek en legde hem in een voederbak,
omdat er voor hen geen plaats was in het nachtverblijf
van de stad.
8 Niet ver daarvandaan brachten herders de nacht
door in het veld, ze hielden de wacht bij hun kudde.
9 Opeens stond er een engel van de Heer bij hen en
werden ze omgeven door het stralende licht van de
Heer, zodat ze hevig schrokken. 10 De engel zei tegen
hen: ‘Wees niet bang, want ik kom jullie goed
nieuws brengen, dat het hele volk met grote vreugde
zal vervullen:
11 vandaag is in de stad van David voor jullie een
redder geboren. Hij is de messias, de messias de Heer.
12 Dit zal voor jullie het teken zijn: jullie zullen
een pasgeboren kind vinden dat in een doek gewikkeld
in een voederbak ligt.’ 13 En plotseling voegde
zich bij de engel een groot hemels leger dat God prees
met de woorden:
14 ‘Eer aan God in de hoogste hemel en vrede
op aarde voor alle mensen die hij liefheeft.’
en vrede op aarde voor alle mensen die hij liefheeft
– Andere handschriften lezen: ‘en vrede
op aarde; hij vindt vreugde in de mensen’.
15 Toen de engelen waren teruggegaan naar de hemel,
zeiden de herders tegen elkaar: ‘Laten we naar
Betlehem gaan om met eigen ogen te zien wat er gebeurd
is en wat de Heer ons bekend heeft gemaakt.’
|